Wat kan de advocaat doen aan opgelegde bestuurlijke boete?

Bestuurlijke boete, grondrechten en rechtsbescherming

Artikel 6, eerste lid, EVRM brengt mee dat een ieder bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging, recht heeft op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen redelijke termijn door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie. De regels voor de procedure bij boetebesluiten is in de Algemene Wet Bestuursrecht opgenomen. Zo heeft de overtreder het recht om een zienswijze in te dienen. Lees daarvoor: zienswijze tegen voornemen boete.

EVRM: uitspraak binnen redelijke termijn

Naar het oordeel van de rechter heeft voor de beslechting van het geschil als onderhavige in eerste aanleg als uitgangspunt te gelden dat deze niet binnen een redelijke termijn is geschied, indien de rechtbank niet binnen twee jaar nadat die termijn is aangevangen uitspraak doet.

De termijn begint bijvoorbeeld met de aankondiging van een boete of een andere officiele daad van vervolging of handhaving van een overheidsorgaan. De termijn van twee jaar geldt ook voor de procedure in hoger beroep. Zie bijvoorbeeld de procedure over oplegging een bestuurlijke boete door de Nederlands Bank in de uitspraak van 1 september 2011; LJN: BS7874, College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Kwijtschelding of matiging boete

Vraag onze advocaat bestuursrecht of (gedeeltelijke) kwijtschelding of matiging mogelijk is in uw geval.

Gepubliceerde Artikelen