NOW-regeling: de eerste uitspraak in hoger beroep

Recentelijk heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB), één van de drie hoogste rechterlijke instanties binnen het bestuursrecht, een eerste uitspraak gedaan over de NOW. Het betrof een zaak tussen een eigenaar van een restaurant en het UWV over de toekenning van de loonsubsidie op grond van de Noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW).

CRvB is bevoegde rechterlijke instantie

Allereerst heeft de CRvB bevestigd dat zij zich bevoegd acht in hoger beroep over NOW-geschillen te oordelen. Deze uitspraak biedt een welkome verduidelijking, aangezien niet geheel zeker was welke instantie in hoger beroep zou gaan oordelen over kwesties voortvloeiend uit de NOW-regeling.

Verzoek om hoger voorschot op NOW-subsidie

Inhoudelijk ging het in deze zaak om de afwijzing van een aanvraag voor een tegemoetkoming in de loonkosten (een aanvraag van het voorschot) op grond van de NOW-1 vanwege het ontbreken van een loonaangifte en loongegevens. Een tweede aanvraag op grond van de NOW-2 werd ook afgewezen, omdat geen sprake was geweest van loonkosten in de van toepassing zijnde referentiemaand. Nu de bezwaar- en beroepsprocedure niet tot een voor de eigenaar gunstige uitkomst leidden, kwam de zaak voor de CRvB.

Kort samengevat werd door de eigenaar in hoger beroep verzocht om een hoger voorschot op grond van de NOW-1 door een ander aangiftetijdvak te hanteren. Deze loonsombepaling wordt namelijk wel toegepast bij het achteraf vaststellen van de subsidie, maar niet bij het vaststellen van het voorschot. Bovendien zou het voorschot dat op nihil was gesteld ten tijde van NOW-2 moeten worden berekend op basis van de loongegevens uit een ander tijdvak, nu de gehanteerde peildatum in strijd zou zijn met het evenredigheidsbeginsel. Met andere woorden, de eigenaar verzocht om een afwijkende toepassing van de NOW-regeling in dit concrete geval.

Uitspraak CRvB

De CRvB gaat niet mee in de argumenten van de eigenaar. Beide voorschotten worden niet verhoogd, omdat dit zou betekenen dat bepalingen uit de NOW-regeling buiten toepassing moeten worden gelaten. De CRvB acht dit niet wenselijk, nu in de NOW-regeling door de wetgever bewust geen hardheidsclausule is opgenomen en geen sprake is van een calamiteit. Deze onderdelen van de uitspraak worden hierna besproken.

Geen hardheidsclausule

De overweging aangaande het ontbreken van een hardheidsclausule is een zeer interessant onderdeel van de uitspraak. In dit onderdeel bespreekt de CRvB de mogelijkheid tot exceptieve toetsing van besluiten. In de kern houdt dit in dat het besluit wordt getoetst op rechtmatigheid en in het bijzonder op eventuele strijd met hogere regelgeving. Indirect toetst de rechter dan het voorschrift waar het besluit op rust: de NOW-regeling zelf. Bij deze toetsing vormen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur een belangrijke richtlijn.

In haar overwegingen benadrukt de CRvB dat met de NOW-regeling is gefocust op snelheid. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden is belang gehecht aan het ondersteunen van vele ondernemers. Nu onder dit zeer grote aantal veel verschillende soorten bedrijven vallen, is het volgens de CRvB niet mogelijk maatwerk te leveren. Dat de wijziging van de loonsombepaling is beperkt tot de subsidievaststelling (de subsidie die uiteindelijk daadwerkelijk wordt verleend) en niet geldt voor de subsidieverlening (het voorschot dat in eerste instantie wordt verstrekt), acht de CRvB dan ook niet in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur.

Geen sprake van een calamiteit

Evenmin is de CRvB meegegaan in de stelling dat een ander tijdvak gehanteerd zou moeten worden. Zij acht de door de minister gekozen peildatum voldoende onderbouwd. Enkel bij zeer incidentele gevallen wordt hiervan afgeweken, bijvoorbeeld wanneer de aanvrager vanwege een calamiteit niet tijdig de loonaangifte kon doen. Aldus kunnen we hieruit afleiden dat een beroep op een andere peildatum niet snel gehonoreerd zal worden.

Vraag advies

Zoals blijkt uit de uitspraak van de CRvB, kleven er haken en ogen aan het verzoeken om een gunstiger vaststelling van (het voorschot op) de NOW-subsidie. De komende tijd zal het UWV de daadwerkelijke hoogte van de subsidies gaan vaststellen voor de bedrijven die een voorschot hebben ontvangen in de eerste aanvraagperiode. Omdat de uiteindelijke vaststelling achteraf plaatsvindt en wordt gebaseerd op het werkelijke omzetverlies, bestaat een gerede kans dat de subsidie op een lager bedrag wordt vastgesteld dan met het voorschot is verstrekt. Mocht dit bij u ook het geval zijn, dan adviseert Blenheim u graag.

Heeft u naar aanleiding van het bovenstaande vragen of wilt u actie ondernemen, neem dan contact op met Lisa Hagendijk en/of Rachelle Mourits.

Gepubliceerde Artikelen