KYC-beleid en wijzigingen anti-witwasrichtlijn

KYC-beleid en wijzigingen anti-witwasrichtlijn

AMLD 5 en AMLD 6

Hoewel autoriteiten drukdoende zijn met de corona-pandemie, dient niet vergeten te worden dat al weer de zesde anti-witwasrichtlijn (AMLD6) in het Publicatieblad van de Europese Unie is gepubliceerd. Het is de bedoeling dat deze wijziging vóór 3 december 2020 in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd. Dit, terwijl de vijfde anti-witwasrichtlijn (AMLD5) nog niet is geïmplementeerd. Dat zou eigenlijk 10 januari 2020 moeten hebben plaatsgevonden, maar helaas is die datum niet gehaald en is de definitieve datum nog niet vastgesteld. Met het in werking treden van AMLD5 vallen cryptoaanbieders onder de reikwijdte van de richtlijn en AMLD6 stelt onder andere minimale regels vast voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid voor witwassen.

Statement European Banking Authority

Juist in deze periode benadrukken de autoriteiten dat financiële ondernemingen de maatregelen ten aanzien van de anti-witwasregels streng moeten naleven. Zo geeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) aan dat juist tijdens deze corona-pandemie financiële ondernemingen alert moeten zijn ten aanzien van witwassen. Ook de European Banking Authority (EBA) waarschuwt hiervoor en verklaart in haar statement van 31 maart 2020 dat ook gedurende deze pandemie, financiële ondernemingen onverkort maatregelen moeten nemen (en moeten versterken) om zodoende het risico op witwassen en financiering van terrorisme te mitigeren.

Wijzigingen KYC-beleid AMLD 5

In deze blog leg ik daarom kort uit welke wijzigingen onder andere in het know your client-beleid (KYC-beleid) zijn doorgevoerd naar aanleiding van AMLD5. In mijn eerdere blog heb ik uitleg gegeven over de registratieplicht voor cryptoaanbieders.

De meest in het oog springende maatregelen zijn de navolgende:

  1. Indien het noodzakelijk mocht zijn om een lid van het hoger leidinggevend personeel als uiteindelijk belanghebbende (UBO) aan te wijzen, dan dienen er extra maatregelen te worden genomen om de identiteit van dit lid te achterhalen. De extra maatregelen bestaan onder andere uit het vastleggen van de maatregelen die zijn genomen om de identiteit te achterhalen en de moeilijkheden die de financiële onderneming heeft ondervonden tijdens het verificatieproces;

  2. Een cliëntenonderzoek dient niet alleen plaats te vinden bij nieuwe cliënten, maar ook bij bestaande cliënten. Afhankelijk van de risicogevoeligheid van een cliënt dient te worden bepaald hoe vaak het cliëntenonderzoek moet worden geactualiseerd. Het is in ieder geval noodzakelijk om het cliëntenonderzoek te actualiseren onder andere (1) in het geval zich relevante omstandigheden bij een cliënt hebben voorgedaan, (2) indien een financiële onderneming op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) verplicht is om contact op te nemen met de cliënt om informatie met betrekking tot de UBO te evalueren én (3) indien een financiële onderneming verplicht is tot het actualiseren van het cliëntenonderzoek in het kader van een administratieve samenwerking op het gebied van belastingen;

    3. Het onderzoek naar de achtergrond en het doel van de transacties is duidelijker geformuleerd. Het gaat om transacties waarbij wordt voldaan aan ten minste één van de navolgende voorwaarden:

    (i) Complexe transacties;
    (ii) Ongebruikelijke grote transacties;
    (iii) Transacties met een ongebruikelijk patroon, of
    (iv) Transacties zonder een duidelijk economisch of rechtmatig doel;

    Bij dergelijke transacties zijn financiële ondernemingen verplicht om de intensiviteit en de aard van de monitoring van de desbetreffende zakelijke relatie te verhogen. Het gaat hier dus niet om een inhoudelijke wijziging, maar enkel om een verduidelijking van die verplichting.

  3. Een financiële onderneming is niet ontslagen van haar verplichting om zelfstandig onderzoek te doen om de UBO te identificeren als zij al in het bezit is van een bewijs van inschrijving van deze UBO in het Handelsregister. De financiële onderneming dient de UBO zelfstandig te identificeren. Daar komt ook nog bij dat wanneer er een discrepantie is tussen enerzijds de uitkomst van de identificatie van de UBO én datgene wat staat vermeld in het UBO-register, de financiële onderneming dat dient te melden;

  4. Het is bekend dat een financiële onderneming verscherpt cliëntenonderzoek dient toe te passen indien een cliënt woonachtig of gevestigd is, of zijn zetel heeft in een zogenaamd derde-hoogrisicoland. Er worden aanvullende maatregelen aan dit verscherpt cliëntenonderzoek vastgesteld, zijnde het verkrijgen van aanvullende informatie over:

    (i) deze cliënten en hun UBO’s;
    (ii) het doel en de aard van de zakelijke relatie;
    (iii) de herkomst van de fondsen die bij de zakelijke relatie of transactie gebruikt worden en de bron van het vermogen van deze cliënten en van deze UBO’s;
    (iv) de achtergrond van en beweegredenen voor de voorgenomen of verrichte transacties van deze cliënten,

    én

    (v) er dient goedkeuring van het hoger leidinggevend personeel voor het aangaan of voortzetten van een zakelijke relatie te worden verkregen;
    (vi) de financiële onderneming dient de zakelijke relatie met en de transacties van deze cliënten te onderwerpen aan een verscherpte controle (waaronder het verhogen van het aantal controles en de frequenties van het actualiseren van de gegevens over deze cliënten en UBO’s en het selecteren van transactiepatronen die nader onderzocht moeten worden).

    Indien u vragen of opmerkingen heeft over de registratieplicht voor het aanbieden van cryptodiensten, kunt u contact opnemen met Hedwig Delescen (hdelescen@blenheim.nl).

Hedwig Delescen
Rick

Gepubliceerde Artikelen

Hoe ontvangt huurder vergoeding voor investeringen in gehuurde bedrijfsruimte?

Lees verder

Hoe ontvangt huurder vergoeding voor investeringen in gehuurde bedrijfsruimte?

Lees verder