aansprakelijkheid bank renteswap: recent vonnis

Renteswap dwaling over negatieve marktwaarde

De rechtspraak laat zien dat veel ondernemers naar de rechter stappen vanwege de problemen die ze ondervinden met renteswaps/rentederivaten. Eerder besprak ik in verschillende blogs de gevolgen van renteswaps en wat ondernemers/particulieren kunnen doen tegen de bank. Naast de bevindingen van de Autoriteit Financiële Markten, komt er ook steeds meer rechtspraak.

In deze blog bespreek ik een vonnis van 4 september 2013 van de Rechtbank Midden-Nederland (locatie Utrecht) waarbij de Deutsche Bank de partij is die een renteswap heeft verstrekt. Hier vindt u deze uitspraak.

Renteswap: bank verstrekt onvoldoende informatie

Deze procedure ging over de realisatie van negatieve waarde van de renteswap. Eerder besprak ik in een blog dat een renteswap gedurende de looptijd een bepaalde waarde heeft.

De waarde is afhankelijk van (1) de rentestand, en (2) de looptijd van de renteswap.

Veel van de rentederivaten/renteswaps zijn afgesloten op basis van EURIBOR, waarbij de bank betaler is van Euribor. Door de lage stand van EURIBOR kennen vrijwel alle renteswaps een hoge negatieve marktwaarde. Dat was ook hier het geval.

Het bedrijf Autec Hefbruggen B.V. (gespecialiseerd in hefbruggen) stelde zich op het standpunt dat zij onvoldoende was geïnformeerd over het bestaan van de negatieve marktwaarde. De ondernemer voerde aan dat deze in de veronderstelling was dat er weinig verschil zou zijn met een ‘gewone’ zakelijke lening. De ondernemer stelt dan daarom dat hij dacht dat hij boetevrij zou kunnen aflossen, althans dat er slechts een lage boete zou zijn (niet vergelijkbaar met de hoge negatieve marktwaarde).

Renteswap verschil met vaste lening

De ondernemer heeft een kredietovereenkomst gesloten met een totaalbedrag van EUR 4.590.000,--, waarbij zij tegelijkertijd een renteswap heeft afgesloten. De informatieverstrekking bij de renteswap was beperkt tot een diapresentatie en informatie verstrekt door de “treasury dienstverlening”. In de procedure stelt de ondernemer zich op het standpunt dat hij heeft gedwaald bij het aangaan van de overeenkomst en dat zij schadevergoeding van Deutsche Bank wenst.

De schadevergoeding is het bedrag aan negatieve marktwaarde van de renteswap.

De bank voert verweer en geeft aan (kort gezegd) dat zij de ondernemer voldoende informatie heeft gegeven en bovendien stelt Deutsche Bank zich op het standpunt dat de ondernemer te laat zou hebben geklaagd.

De rechtbank overweegt in dezen als volgt.

Rechtbank over aansprakelijkheid bank renteswap

Allereerst bespreekt de rechtbank het verweer van de bank dat de bank niet als adviseur zou hebben gehandeld. De rechtbank verwerpt dat verweer en overweegt dat de bank onvoldoende heeft weersproken dat er sprake is van een gepersonaliseerde aanbeveling tot het aangaan van de renteswap. Hoewel de bank stelt dat zij slechts de werking van een rentederivaat heeft toegelicht en dat zij geen concrete adviezen zou hebben gegeven, gaat de rechtbank daaraan voorbij, waarbij de rechtbank overweegt dat op de gegeven diapresentatie op de eerste pagina de naam van de ondernemer was gesteld. De rechtbank geeft aan dat de bank dan niet meer kan aangeven dat zij geen advies zou hebben gegeven.

De informatieverstrekking bij de renteswap: powerpointpresentatie

Voorts bespreekt de rechtbank de mate van informatievoorziening door de bank. De ondernemer heeft namelijk in de procedure nog gesteld dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de renteswapovereenkomst en dat zij meer in het bijzonder onvoldoende is geïnformeerd over het verschil tussen een renteswapovereenkomst en een normale zakelijke geldlening. De bank stelt dat de ondernemers wel degelijk voldoende zijn geïnformeerd en dat in de diapresentatie staat opgenomen dat marktveranderingen de waarde van de swap negatief kunnen beïnvloeden. De rechtbank overweegt dat de informatieverstrekking in de diapresentatie onvoldoende is. De presentatie maakt nergens een vergelijking tussen een normale lening en een renteswapovereenkomst. De rechtbank overweegt daarbij ook nog dat de enkele vermelding dat er marktveranderingen kunnen zijn bij een renteswap, niet impliceert dat boetevrije aflossing niet mogelijk zou zijn. De rechtbank overweegt dan ook:

naar het oordeel van de rechtbank lag het op de weg van de bank, als adviseur van “eiseres”, om - mede ter uitvoering van de geschiktheidstoets die zij had te verrichten - “eiseres” daadwerkelijk voor te lichten omtrent het verschil tussen de aangeboden swapovereenkomst (in combinatie met de aangeboden Euribor-leningen) en de gebruikelijke overeenkomst met vaste rente, op het punt van de (on)mogelijkheid van “effectief” boetevrij aflossen.”

Wel overweegt de rechtbank dat nu de ondernemer de eisende partij is, de ondernemer ook de bewijslast draagt dat hij onvoldoende is ingelicht over de onmogelijkheid bij een renteswapovereenkomst om boetevrij af te lossen. De rechtbank overweegt al wel vast dat indien de ondernemer slaagt in dit bewijs, de rechtbank de mogelijkheid van schade voldoende aannemelijk acht.

De bank geeft daarbij nog aan dat er sprake is van schending van de klachtplicht, te weten dat de ondernemer te laat zou hebben geklaagd. De bank stelt daarbij benadeeld te zijn door dit tijdsverloop. De rechtbank gaat daaraan voorbij. Zo overweegt de rechtbank:

de rechtbank oordeelt hierover als volgt. De volgens de bank door het late klagen aan haar onthouden mogelijkheid om te bezien op het nemen van maatregelen impliceert geen benadeling, omdat de bank niet stelt dat zij bij tijdig klagen daadwerkelijk (bepaalde) maatregelen zou hebben genomen. De gestelde benadeling in bewijspositie heeft de bank onvoldoende onderbouwd.

Interessant aan deze uitspraak aangaande aansprakelijkheid en renteswap, is het oordeel van de rechtbank over de informatieverschaffing en de geschiktheidstoets. Interessant omdat de rechtbank overweegt dat de bank onvoldoende informatie bij de diapresentatie heeft verstrekt tussen de verschillen van een renteswapovereenkomst en een lening met een vaste rente. Bovendien is interessant dat de rechtbank voorbijgaat aan de stelling van de bank dat zij niet als adviseur zou hebben gehandeld en dat de naam van de ondernemer op de diapresentatie in ieder geval voldoende is om aan te nemen dat de bank niet kan volhouden dat de bank niet de indruk wekte dat zij een gepersonaliseerde aanbeveling deed.

Advocaat financieel recht Amsterdam

Mocht u naar aanleiding van deze blog vragen hebben, dan kunt u altijd contact opnemen met mr. Jasper Hagers, advocaat financieel recht bij Blenheim Advocaten te Amsterdam.

Hedwig Delescen
Rick

Gepubliceerde Artikelen

Hoe ontvangt huurder vergoeding voor investeringen in gehuurde bedrijfsruimte?

Lees verder

Hoe ontvangt huurder vergoeding voor investeringen in gehuurde bedrijfsruimte?

Lees verder