Aanschrijving tot beeindiging bedrijf wegens overlast. Advocaat bespreekt uitspraak

Sluiting bedrijf op last gemeente wegens overlast omgeving

Een transportbedrijf in Meteren veroorzaakte overlast voor omwonenden. Sinds 2007 ervaren omwonenden klachten betreffende licht- en geluidhinder, het wassen en schoonspuiten van vrachtwagens, het parkeren van vrachtwagens in de groenzone buiten het bedrijfsterrein en het niet respecteren van de zondagsrust. Na diverse gesprekken met alle betrokkenen, heeft het college besloten over te gaan tot het treffen van bestuursrechtelijke maatregelen die leiden tot beëindiging van de bedrijfsactiviteiten. De gemeente heeft als middel tot handhaving bijvoorbeeld een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom.

Bedrijf maakt bezwaar tegen besluit tot sluiting bedrijf wegens overlast

Ingevolge artikel 5:24, vierde lid AWB wordt in de beschikking tot toepassing van bestuursdwang een termijn gesteld waarbinnen de belanghebbenden de tenuitvoerlegging kunnen voorkomen door zelf maatregelen te treffen. Het bestuursorgaan omschrijft de te nemen maatregelen. De Raad van State overweegt:
2.3.3. Indien een aanzegging van bestuursdwang ziet op beëindiging van de bedrijfsactiviteiten, dient in de aanzegging een termijn te worden gesteld waarbinnen de belanghebbende de tenuitvoerlegging van de bestuursdwang kan voorkomen door zelf tot beëindiging van de bedrijfsactiviteiten over te gaan. In het onderhavige geval ontbreken in het bestreden besluit een omschrijving van de door het bedrijf te nemen maatregelen evenals een termijn die is afgestemd op de maatregelen om beëindiging van de bedrijfsactiviteiten door het college te voorkomen. Het bestreden besluit is daardoor in strijd met artikel 5:24, vierde lid, van de Awb. Lees ook: verzoek handhaving en sluiting bedrijf.

Procedure bestuursdwang gemeente tot sluiting bedrijf onzorgvuldig

Het bedrijf had eerst een termijn gesteld moeten worden en had mondeling gehoord dienen te worden, aldus de Raad van State:
"2.3.4. De door het college gestelde omstandigheid dat gedurende enige jaren klachten door omwonenden worden geuit over de inrichting, noch de omstandigheid dat het bedrijf na vele gesprekken met het college niet voornemens lijkt mee te werken aan een oplossing, rechtvaardigen uitzonderingen op de hoofdregels van de artikelen 7:2 en 5:24 van de Awb."

Het beroep van het transportbedrijf is gegrond verklaard. Gemeente is veroordeeld in de kosten. (uitspraak RvS van woensdag 2 februari 2011, zaaknummer 201007858/1/M1. Lees ook: fout besluit tot sluiting bedrijf.

Gepubliceerde Artikelen