Horecawet, slecht levensgedrag en intrekking vergunning

Intrekking horecavergunning door burgemeester

De leidinggevende of exploitant in de horeca wordt gecontroleerd op zijn 'levensgedrag", zo blijkt uit de Horecawet. De term 'slecht levensgedrag' wordt ook in de Wet Bibob gebruikt. De burgemeester kan een horecavergunning intrekken en de horecazaak sluiten bij de vaststelling dat de horeca-exploitant van ‘slecht levensgedrag’ zou zijn. Dat heet bestuursdwang. De horeca-advocaat krijgt er vaal vragen over als te laat is. Illegale gokactiviteiten, illegale kansspelen, strafbare feiten, veroordelingen: reden voor intrekking vergunning en Bibob onderzoek. Lees meer over sancties horeca.

Leidinggevende of exploitant horeca en regels Drank- en Horecawet

De eisen, genoemd in artikel 8 Horecawet, zien expliciet op de persoon van de leidinggevende(n), en niet op kenmerken van de lokaliteit waar de vergunning zal worden uitgeoefend. De eisen zijn een uitdrukking van de bijzondere verantwoordelijkheid die toekomt aan leidinggevenden in het horeca- of slijtersbedrijf, welke bijzondere verantwoordelijkheid zijn grondslag vindt in het verhandelen van stoffen met een gevaarlijke werking. Art. 8 lid 1 bepaalt leidinggevenden van het horecabedrijf zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag.
Lees ook mijn blog Horecavergunning en Bibob advies.

Intrekking horecavergunning wegens ‘slecht levensgedrag’

Bij vaststelling van (strafbare) feiten of illegale activiteiten (bijvoorbeeld gokken) kan de burgemeester de horecavergunning intrekken. De horecagelegenheid moet dan sluiten. Die feiten hoeven niet de horecazaak zelf te betreffen. Tevens zal dan een Bibob onderzoek volgen. Als het Bibob-onderzoek negatief kan dan to een negatief besluit leiden over de Bibob status van de leidinggevende. Daartegen kan de betrokkene bezwaar aantekenen. Lees hierover: Sluiting horeca en bezwaar maken.

Rechter oordeelt over "slecht levensgedrag" in de horeca

Algemene jurisprudentie is dat het begrip ‘slecht levensgedrag’ Als bedoeld in de Drank- en Horecawet ruim wordt uitgelegd: ‘Noch de tekst, noch de geschiedenis van de totstandkoming dwingt tot een andere opvatting dan dat geen beperkingen zijn opgelegd ten aanzien van feiten of omstandigheden, die bij de beoordeling van het levensgedrag mogen worden betrokken’ ( ABRvS 27 februari 2002).

Redenen intrekking horecavergunning of exploitatievergunning

• De aanwezigheid van een leidinggevende is van groot belang, zo niet cruciaal, voor de wijze van exploitatie van een horecabedrijf (Rechtbank Midden-Nederland, 23-04-2014, UTR 13-6773 (r.o. 13)).

• De enkele vaststelling dat de horeca-exploitant van slecht levensgedrag is kan, onder omstandigheden, voldoende zijn voor de intrekking van een horeca vergunning (Rechtbank Midden-Nederland, 23-04-2014, UTR 13-6773 (r.o. 15)).

• Er zijn voldoende aanknopingspunten om te stellen dat de Gemeente niet in strijd heeft gehandeld met het stappenplan omschreven in haar Nalevingsbeleid. Zoals blijkt uit artikel 3.6.7. Drank- en Horeca Nalevingsbeleid Gemeente Ede, kan een vergunning direct worden ingetrokken indien er sprake is van illegale kansspelen en slecht levensgedrag. Dit wordt tevens bevestigd in de volgende zaken: Rechtbank Rotterdam, 29-10-2013, 13/6090 en in Rechtbank Midden-Nederland, 23-04-2014, UTR 13-6773 (r.o. 14).

• Indien geen nadere omschrijving is gegeven van de eis dat leidinggevenden niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mag zijn, dan gelden er geen beperkingen ten aanzien van feiten of omstandigheden die bij de beoordeling van het levensgedrag mogen worden betrokken. Niet vereist is dat aan de beoordeling van verweerder een onherroepelijke veroordeling ten grondslag ligt (ABRvS 23 september 2009 ECLI:NL:RVS:2009:BJ8312).

• Indien illegale gokactiviteiten in het pand plaatsvinden, dan kan dit op zichzelf een schending van de openbare orde opleveren. Een mogelijkheid die aangegrepen kan worden is dat de illegale activiteiten in het pand gevolgen kunnen hebben buiten het pand. Onder omstandigheden kan, gelet op de cumulatie van illegale activiteiten, aangenomen worden dat diverse personen in een onaanvaardbare afhankelijkheidsrelatie zijn komen te verkeren (gokschulden), dat het pand een aantrekkende werking had op ongewenste individuen en dat dit een negatief uitstralend effect heeft op de openbare orde (Rechtbank Oost-Brabant, 03-02-2014, AWB-12_2762). Lees ook: Bibob procedure.

Blenheim
Beheerder
Praktijkgebieden

Gepubliceerde Artikelen